Forster & Andrews Orgel

Eind jaren 80 werd het duidelijk dat het bestaande orgel in de Gereformeerde Kerk in Vaassen aan vervanging toe was. Een onderzoek door deskundigen had uitgewezen dat het zinloos was om te proberen het orgel te verbeteren. In het voorjaar van 1990 stelde de kerkenraad een orgelcommissie samen, die al spoedig beschikte over enkele offertes van orgelbouwers. Het betrof orgels van ± 12 stemmen. De prijzen schommelden rond de f 200.000. Dat kon de gemeente (toen nog ± 750 zielen) niet opbrengen.
Vervolgens werd er geïnformeerd naar gebruikte pijporgels en zo kwam de commissie op het spoor van Engelse orgels uit kerken die niet meer in gebruik waren. Er werd contact opgenomen met dhr. Kriek, waarvan de orgelcommissie had vernomen dat hij Engelse pijporgels restaureerde en plaatste. Uit een gesprek kwam naar voren dat  het ook mogelijk was om met gemeenteleden (met twee rechterhanden), onder zijn leiding, zelf een Engels orgel te restaureren en te plaatsen. Het merendeel van de Commissie achtte dit een onmogelijke zaak, maar een bezoek aan de Gereformeerde Kerk te Sprang Capelle, waar men dit wel gedaan had, deed de commissie 180 graden omdraaien. "Het moet kunnen", was een gevleugeld woord in die jaren. Op 20 november 1990 toonde dhr. Kriek zich bereid om het project te leiden en hij wist zelfs een orgel te koop dat geschikt zou zijn voor plaatsing in de kerk te Vaassen. Het betrof een Forster & Andrews-orgel uit 1885 met 20 stemmen, dat geheel gedemonteerd was opgeslagen in Langweer in Friesland (de pijpen lagen in Renkum). Op 14 januari 1991 leidde dit tot een gemeenteavond, waar de beslissing werd genomen om het Forster & Andrews-orgel aan te schaffen. De restauratie en de opbouw zou in eigen beheer plaats vinden onder leiding van dhr. Kriek. 

                          

Korte tijd later werd het orgel uit Landweer opgehaald. De bouwploeg, bestaande uit 8 man, kreeg de beschikking over de kantine van de Lagere Agrarische school te Epe. Deze mocht als werkplaats gebruikt worden. Er werd 2 dagen per week gewerkt, in twee ploegen. Alle onderdelen werden uit elkaar gehaald, schoongemaakt en zonodig gerestaureerd. De goede en degelijke staat van het orgel was verbazingwekkend. Langzaam maar zeker konden het frame en de onderkant van het orgel in Epe opgebouwd worden, zodat de exacte maten van het orgel bekend waren. Echter: nu bleken de maten veel groter dan door de verkoper waren opgegeven. Er werd besloten om het orgel zo compact mogelijk op te bouwen, met een ander front en met weglating van het open pedaalregister hout 16 '. Na veel denk- teken- praat- en meetwerk werd het orgel tenslotte op papier herboren. Inmiddels was het bijna zomervakantie 1991.
Aangezien de kantine in Epe niet langer gebruikt kon worden, werd alles overgebracht naar de kerk in Vaassen waar het oude orgel inmiddels was afgebroken. Er waren toen al ca1200 manuren aan het orgel besteed. Vanaf augustus 1991 begon de opbouw in de kerkzaal. De pijpen (± 1100 stuks) werden in Renkum opgehaald met uitzondering van de frontpijpen (de Prestant) die vanwege hun prima kwaliteit in Engeland verkocht waren. Wegens de compactere opbouw waren nogal wat aanpassingen nodig: nieuwe luchtkanalen, een andere opstelling van het pedaalregister, een nieuw front, vervanging van de oude (te grote) blaasbalg door 2 kleinere balgen, één voor het hoofdwerk en één voor het zwelwerk met een eigen regulateur. Alles werd in eigen beheer gedaan!
In het najaar van 1992 werd het orgel feestelijk in gebruik genomen. Het karwei kostte 4500 manuren en f 50,000 (inclusief aankoop orgel en nieuwe frontpijpen). Alle uren werden ruimschoots vergoed door de voldoening een mooi, historisch instrument gerestaureerd te hebben.


Klik hier voor dispositie

© 2015 De Tabernakel - Prins Hendrikweg 6 - 8171 EH Vaassen